In het begin van de 19e eeuw werd de champignon in Nederland geïntroduceerd. Pas na 1900 werden ze gekweekt in de in de fluweelgrotten in Valkenburg en in de St. Pietersberg bij Maastricht. Het compost waarop de champignons groeien is gemaakt van een mengsel van paardenmest en stro, gemengd met kuikenmest en gips. De kwaliteit van de compost is bepalend voor de kwaliteit van de champignons. De teler vertroetelt het doorgroeide compost met de dekaarde met de juiste luchtvochtigheid, temperatuur en koolstofdioxidegehalte. Dan staat het bed binnen een week vol met de smakelijke witte bolletjes, die klaar zijn voor de oogst.

De gemeente Horst aan de Maas mag zich in Nederland met recht het centrum van de champignoncultuur noemen. Hier wordt ook veel onderzoek gedaan op o.a. het gebied van kwaliteit, teelt en ziektes van champignons. Ook treffen we in Horst e.o. veel kwekerijen en champignon-verwerkende industrie aan.
De champignon is een heerlijke groente, die lekker gecombineerd in diverse gerechten!