Sinds het inblikken van de eerste stroop in 1903, meer dan honderd jaar geleden, is het maken ervan niet meer weg te denken uit de Limburgse cultuur. Een traditionele stroop (
sjroap op zijn Limburgs) wordt van appels of peren gemaakt; zo ontstaan de appel- en perenstroop. Als er een mengsel van bietenstroop en appelstroop wordt gebruikt is er sprake van de zogehete rinse appelstroop.

Het maken van appelstroop was oorspronkelijk een manier om appels langdurig te bewaren als wintervoorraad. De Germanen kenden deze methode al. In Limburg kende aanvankelijk ieder dorp wel een stroopkoker, ook wel 'porsjer' of 'parsjer' genoemd. De stroop werk bewaard in z.g. Keulse potten.
Tegenwoordig wordt stroop nog steeds vervaardigd door het koken van de appels of peren in een grote koperen ketel. Het zogehete ‘stroopkoken’ is een echt ambacht, want de gebruikte rassen, kooktijden en temperaturen zijn cruciaal voor het bereiden van de stroop.
Op twee plekken in Limburg wordt de stroop nog kleinschalig en op ambachtelijke wijze gemaakt. Daarnaast kent Limburg een tweetal echte traditionele stroopfabrieken in Beesel en Schinnen. Zie onderstaand.
Vergeet bij uw bezoek aan Limburg dus niet om deze heerlijke stroop te proeven en wat extra potten mee te nemen voor familie en vrienden!